Handleiding bij de kaart

Dit is de verkorte versie: de complete versie is beschikbaar als PDF


Inleiding

De Indicatieve Kaart Militair Erfgoed - kortweg de IKME- geeft voor Nederland een landelijk overzicht op een kleine schaal van de (verwachte) ligging van resten van ondergronds militair erfgoed. In de huidige versie (IKME 1.2) is de tijdlaag Tweede Wereldoorlog ingevuld. De IKME is zodanig ontworpen dat de kaart kan worden uitgebreid met oudere en jongere tijdlagen, afhankelijk van de wensen en behoeften van gebruikers.

Kader

Archeologische resten van oorlog en defensie krijgen de laatste jaren steeds meer aandacht. Toch blijkt de verwachte ligging van dergelijke resten vaak niet goed bekend bij plannenmakers, beleidsmakers en terreinbeheerders die zich op bovenlokaal schaalniveau bezig houden met erfgoed en ruimtelijke plannen. De consequentie hiervan is dat deze resten ongezien kunnen verdwijnen. Weliswaar besteden steeds meer gemeenten bij het opstellen van een archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart ook aandacht aan resten uit de Tweede Wereldoorlog, een landelijk kaartbeeld ontbreekt echter vooralsnog. Voor de te verwachten archeologische sporen en resten van oorlog en defensie is daarom de IKME ontwikkeld, een thematische verwachtingskaart op landelijk schaalniveau.

Doelstelling

Het doel van de IKME is een bijdrage te leveren aan het vergroten van de algemene bewustwording voor een zorgvuldige omgang met archeologische resten van oorlog en defensie.

Militair erfgoed

Onder militair erfgoed wordt hier verstaan: het geheel aan materiële resten van oorlog en defensie die in het landschap of in de bodem bewaard zijn gebleven. Wat betreft landschap kan het zowel gaan om stedelijk gebied, als om landelijk gebied. In de verwachtingszones op de IKME kunnen dan ook niet alleen ondergrondse resten worden verwacht, maar ook resten aan het maaiveld en gebouwd erfgoed.

Landsdekkende thema’s

In de IKME zijn thema’s onderscheiden die één of meer complextypen omvatten. Bij de keuze van de op te nemen typen militaire complexen is in principe als uitgangspunt genomen dat voor het betreffende complextype een uniform, betrouwbaar landsdekkend beeld beschikbaar moest zijn. Op basis van dit uitgangspunt zijn voor IKME de volgende vijf thema’s onderscheiden:

  • verdedigingswerken;

  • slagvelden;

  • luchtoorlog;

  • militaire infrastructuur;

  • onderdrukking en vervolging.

Onder elk thema zijn één of meer complextypen aangegeven. Elk militair complextype is een afzonderlijke kaartlaag. De archeologische verwachting verschilt per complextype en wordt per type toegelicht (zie Toelichting).

Niet-landsdekkend

Een strikte hantering van het uitgangspunt van een uniform landsdekkend beeld zou er toe leiden dat diverse complextypen niet op de kaart aangegeven kunnen worden. Voor sommige typen is immers voor bepaalde gebieden wel een betrouwbaar beeld beschikbaar, maar niet op landelijk niveau. Daarom is besloten een aparte kaartlaag toe te voegen met typen waarvoor een landsdekkend beeld vooralsnog ontbreekt, maar op termijn wel wenselijk en mogelijk is.

Verwachtingszones

Op de IKME staan verwachtingszones. Dit betekent dat in principe alleen vlakken op de kaart staan en geen afzonderlijke objecten en structuren (punten of lijnen). De verwachtingszones zijn gebaseerd op historische bronnen en op expert judgement. Per complextype is op basis van beschikbare historische bronnen en/of in overleg met experts bepaald a) welke verwachtingszones op de kaart komen en b) hoe deze zones worden begrensd.

Toepassing

De IKME is primair bedoeld voor plannenmakers, beleidsmakers en terreinbeheerders die zich op bovenlokaal schaalniveau bezig houden met erfgoed en ruimtelijke plannen. Daarnaast is de informatie ook beschikbaar voor andere geïnteresseerden.
IKME moet worden gezien als een eerste stap om bij ruimtelijke vraagstukken aandacht te besteden aan archeologische resten van oorlog en defensie. Voor gemeenten is de kaart vooral bruikbaar voor een eerste beoordeling van ruimtelijke plannen.
De verwachtingszones op de IKME kunnen ook richting geven aan lokale en/of regionale onderzoeksagenda’s en kunnen desgewenst ook globaal richting geven aan onderzoeksvragen in Programma’s van Eisen voor gravend onderzoek.

Beperkingen

Door het ontbreken van informatie over objecten en structuren op perceelsniveau is de IKME zeer beperkt bruikbaar voor plantoetsing en vergunningverlening; deze processen spelen zich immers af op perceelsniveau.

Schaalniveau

De kaartlagen die zijn opgenomen in IKME zijn grotendeels gedigitaliseerd op basis van topografische kaarten uit de oorlogsjaren met een schaal van 1:50.000. Begrenzingen van objecten op de kaart zijn daardoor op kleinere schalen dan 1:50.000 niet betrouwbaar. De kaartomgeving van IKME 1.0 die op het internet wordt ontsloten, is begrensd op een zoomniveau van circa 1:15.000, de exacte schaal is afhankelijk van het formaat en de resolutie van het gebruikte beeldscherm.

Explosieven

De IKME kan niet worden gebruikt als risicokaart voor de aanwezigheid van niet-gesprongen explosieven, ook wel bodembelastingskaart genoemd. Het opstellen van dergelijke kaarten is aan strikte regels gebonden. Uiteraard is er sprake van overlap tussen zones waar archeologische resten uit de oorlog worden verwacht en zones met een verhoogd risico op de aanwezigheid van explosieven. Voor de samenloop tussen archeologie en munitieopsporing wordt verwezen naar de gelijknamige handreiking van de SIKB (www.sikb.nl).

Waarom staat niet alles erop?

Voor het op de kaart zetten van verwachtingszones is als uitgangspunt gehanteerd dat het betreffende terrein als vlak herkenbaar moet zijn op schaal 1:50.000. De consequentie hiervan is dat afzonderlijke objecten en structuren niet op de kaart staan.
Ook ontbreken complextypen die vooralsnog niet als vlak op de kaart zijn aan te geven, bijvoorbeeld omdat de ruimtelijke informatie ontbreekt en/of (nog) niet beschikbaar is.
Het feit dat de ligging van deze objecten en structuren niet op de kaart is aangegeven, wil niet zeggen dat er geen resten van deze objecten en structuren kunnen worden aangetroffen. Daarom geldt in de gebieden buiten de aangegeven verwachtingszones een algemene verwachting voor het aantreffen van kleinere objecten en structuren.

Bronnen

Een uitgebreid overzicht van geraadpleegde archieven en literatuur is opgenomen in de pdf van de complete handleiding.

Colofon


Opdrachtgever:

Stichting RAAP
Leeuwenveldseweg 5b
1382 LV Weesp
info@stichtingraap.nl


Samenstellers van de kaart:

RAAP Archeologisch Adviesbureau
Ruurd Kok projectleider, teksten
Ivar Schute projectbegeleiding, teksten
Nick Warmerdam inventarisatie linies
Jobbe Wijnen inventarisatie slagvelden
Martijn Reinders inventarisatie munitieopslagplaatsen
Nadine Conradi inventarisatie NAD-kampen, V1-banen
Thomas Engels GIS-bewerking, website IKME 1.1
Tom Vanzieleghem GIS-bewerking, website IKME 1.2
Caroline Hom Redactie teksten, communicatie
Olav Ode website


Jac. Baart inventarisatie havens en werven


Stagiaires Saxion
Leander Pierik inventarisatie, dataverwerking, GIS-bewerking
Konan Pruiksma inventarisatie, dataverwerking, GIS-bewerking
Matthijs Verkaik actualisatie IKME 1.1
Jacco van der Duin actualisatie IKME 1.1


Met dank aan:

Nederlands Instituut Militaire Historie
Erwin van Loo
Ben Schoenmaker
Sven Maaskant


Stichting Menno van Coehoorn
Kees Neisingh
Jan de Vries


Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
Roel Lauwerier
Jan van Doesburg
Bjørn Smit
Joop Vanderheiden
Elisa de Vries


Eerste testsessie
Berdie Klein Geltink (Gemeente Ede)
Annemarie Luksen (Gemeente Utrechtse Heuvelrug)
Martijn Defilet (Gemeente Arnhem)
Kasper van den Berghe (Gemeente Arnhem)
Paul Franzen (Gemeente Nijmegen)
Maarten Wispelwey (Regio Noord Veluwe)
Joris Habraken (Regio Arnhem)
Sigrid van Roode (Regio Nijmegen)
Marc Kocken (Regio Achterhoek)
Petra Heeren (Provincie Gelderland)


Tweede testsessie
Eli Gehasse (Rijkswaterstaat)
Liesbeth Grootelaar (Rijkswaterstaat)
Jerry Huisman (ProRail)
René Dijkmans (ProRail)
Joost van der Linden (Staatsbosbeheer)
Seline Geijskes (Staatsbosbeheer)